Eenheid 5 / 11

Alternatieve en ondersteunende communicatie (AAC): symbool, kaart, sociaal verhaal en routine

Winst:

  • Vermogen om de logica van OC (alternatieve en aanvullende communicatie) te begrijpen en kunstmatige intelligentie te gebruiken om communicatiekaarten, symbolensets en sociale verhaallijnen te produceren
  • Vermogen om een visuele ondersteunende tekst te maken die een dagelijkse routine of sociale situatie stap voor stap in eenvoudige taal uitlegt
  • Het vermogen om te accepteren dat communicatieondersteuning bij de productie van kunstmatige intelligentie de goedkeuring van een logopedist/deskundige en individuele aanpassing aan het kind vereist.

Sommige leerlingen gebruiken helemaal geen spraak, sommigen gebruiken het zeer beperkt, sommigen begrijpen het maar hebben moeite om het uit te drukken. Communicatie is veel breder dan spraak: een kind kan naar een kaart wijzen en 'water' zeggen, een symboolbord aanraken en om 'toilet' vragen, met een gebaar 'stop' zeggen. Al deze benaderingen worden AAC genoemd (alternatieve en ondersteunende communicatie - Augmentatieve en Alternatieve Communicatie). "Alternatief", spraakvervanger; ‘Ondersteunend’ verwijst naar manieren die bestaande spraak versterken. AAC varieert van symboolkaarten tot communicatieborden, van geïllustreerde dagschema's tot spraakproducerende apparaten.

In deze unit zullen we zien hoe we AI kunnen gebruiken om schetsen van OC-materiaal te maken: communicatiekaartensets, symboollijsten, dagelijkse routinebeelden en sociale verhalen. Een sociaal verhaal is een korte tekst die een kind stap voor stap vertelt over een bepaalde sociale situatie (bijvoorbeeld in de rij staan, bezoek krijgen, examendag) in eenvoudige, positieve taal. Beperking vanaf het begin: OC-materiaal moet individueel worden aangepast aan het kind en moet worden goedgekeurd door de logopedist/specialist; Een algemeen overzicht kan niet direct worden toegepast.

Stappen om OC-materiaal voor te bereiden

  1. Bepaal het doel van de communicatie. Waarom communiceert het kind? Een verzoek uiten, weigeren, een keuze maken, emotie uiten, sociale begroeting. Doel bepaalt welke symbolen u prioriteit geeft.
  2. Kies uw kernwoordenset. In OC worden vaak ‘kernwoorden’ gebruikt, zeer nuttige woorden: ‘Ik wil, meer, stop, help, ja, nee’. Je begint met een kleine maar sterke set.
  3. Bepaal het symbool/afbeeldingstype. Foto, tekensymbool of tekst? Het wordt gekozen op basis van het herkenningsniveau van het kind; Over het algemeen gaat men van het concrete naar het abstracte.
  4. Zorg voor consistentie. Hetzelfde concept wordt overal weergegeven door hetzelfde symbool en dezelfde locatie; Consistentie versnelt het leren.
  5. Vereenvoudig sociaal verhaal/routinematige tekst. Gebruik korte, positieve, beschrijvende zinnen uit de eerste persoon ('Ik wacht op mijn beurt. Wachten is moeilijk, maar ik kan het wel.').
  6. Test het met de specialist en het kind. Het materiaal is goedgekeurd door de logopedist/deskundige; Het wordt samen met het kind getest en aangepast aan de reactie.
Let op: het geven van OC remt de spraak niet; Integendeel, het ondersteunt vaak de spraak. De zorg dat "als ik hem een ​​kaartje geef, hij helemaal niet zal praten" is een veel voorkomende, maar verkeerde zorg. De keuze van de methode is echter aan de deskundige.

Onderstaande tabel toont de verschillende soorten AAC-materialen en de rol van AI:

materiaal

Doel

Rol van AI

Goedkeuring door deskundigen

Kernwoordkaartenset

Basisverzoek/afwijzing

Concept van de woordenlijst

Therapeut/specialist

selectie bord

Keuze uit twee of drie opties

Inhouds- en lay-outsuggestie

deskundige

Visuele dagelijkse routine

Het voorspellen van het verloop van de dag

Stap tekstconcept

Docent + deskundige

sociaal verhaal

Bereid een situatie voor

Eenvoudig tekstoverzicht

Deskundige + familie

emotie kaarten

Emotieherkenning/-expressie

Emotie-voorbeeldmatching

deskundige

drie minikoffers

Geval 1 — Kernwoordenset. Voor een 6-jarige leerling met zeer beperkte verbale communicatie vroeg de leraar om een ​​set van 12 kernwoordkaarten om de dag te beginnen. Hij gaf anoniem het doel (verzoek/afwijzing/selectie) en niveau door aan de AI en ontving een conceptlijst. De AI suggereerde: "Ik wil meer, gedaan, stop, hulp, toilet, water, spelen, ja, nee, het doet pijn, ik". In plaats van 'het doet pijn' voegde de leerkracht 'muziek' toe die paste bij de interesse van het kind en bekeek de set met de therapeut. Resultaat: het kind begon binnen een week drie kaarten functioneel te gebruiken.

Geval 2 — Sociaal verhaal. Eén leerling maakte zich grote zorgen over het schoolreisje. De leraar vroeg AI om een ​​eenvoudig sociaal verhaal op te stellen dat de dag van de reis stap voor stap beschreef: "Morgen nemen we de bus. De bus kan een beetje luidruchtig zijn. Ik kan mijn koptelefoon opzetten. Mijn leraar zal bij me zijn." AI produceerde het ontwerp; De leerkracht paste het aan het feitelijke programma en de zintuiglijke behoeften van het kind aan en voegde visuele elementen toe. De angst van het kind nam aanzienlijk af op de dag van de reis. Het verhaal bereidde de gebeurtenis vooraf en positief voor.

Geval 3 — Fout bij het rechtstreeks gebruiken van de algemene schets. Een leerkracht gebruikte het door de AI geproduceerde sociale verhaal ‘wachtende beurt’ woordelijk op drie verschillende kinderen, zonder het ook maar enigszins aan te passen. Voor het ene kind leek het te abstract, voor het ene kind ervaarde het kind helemaal geen voorbeeld in de tekst, voor een ander waren de zinnen lang. Het resultaat was dat het verhaal niet werkte. De juiste manier was om het verhaal aan te passen aan het taalniveau, de werkelijke situatie en interesses van elk kind. Fout: OC-materiaal implementeren zonder het te individualiseren.

Geval 4 — Emotiekaarten. Voor een leerling die zich niet kon uiten op momenten van woede, wilde de leraar een set kaarten maken met basisemoties (blij, verdrietig, boos, moe, bang). Hij ontving een concept van de AI met een eenvoudige definitie voor elke emotie, een concreet voorbeeld van de ervaring van het kind en het zinspatroon 'Ik voel het nu'. De leerkracht veranderde de voorbeelden op basis van het echte leven van het kind en vereenvoudigde ze samen met de therapeut. Na verloop van tijd leerde het kind zijn 'boze' kaart te laten zien in plaats van te exploderen. De communicatiekaart opende een veilige uitlaatklep voor een onuitgesproken emotie; Het ontwerp kwam van de AI, de individuele aanpassing van de expert.

Zwakke prompt/sterke prompt

Zwakke prompt:

Schrijf een sociaal verhaal over wachten in de rij.

Deze prompt bevat geen kind, niveau en status. Het resultaat is een tekst die algemeen en abstract is en waarschijnlijk voor geen enkel kind geschikt is.

Krachtige prompt:

Jouw rol: assistent van de leerkracht speciaal onderwijs. Leerling (anoniem): 7 jaar oud, begrijpt korte zinnen, communiceert met concrete woorden, heeft moeite met wachten tijdens het spel en wordt boos. Taak: schrijf een SOCIAAL VERHAAL ONTWERP over het onderwerp "Ik wacht op mijn beurt". Regels: eerste persoon enkelvoud, korte en positieve zinnen, maximaal 8 woorden; [AFBEELDING: ...] suggestie naast elke zin; Het einde is geruststellend ("Ik kan het"). Het gebruik van abstracte concepten. Ga ervan uit dat dit een concept is en dat dit in overleg met de deskundige en familie zal worden aangepast.

In deze prompt zijn het profiel, het onderwerp, de zinsbeperking, de visuele noot en de toon duidelijk. De output is een schets dichtbij het kind; individuele aanpassing en goedkeuring van deskundigen zijn nog steeds vereist.

Extra sjabloon: selectiebord en routine

Stel de inhoud van een KEUZEBORD voor: - 3 opties (passend bij de interesse van het kind, concreet) - Symbool/fotonotitie voor elke optie - Zinspatroon "Ik wil + [keuze]" - 2 regels met instructies over hoe het bord moet worden gepresenteerd Opmerking: Symbolen en lay-out zullen worden afgerond met goedkeuring van een deskundige.

Extraheer staptekst voor een DAILY ROUTINE-visual:Ochtendroutine: (max. 6 stappen, 3-4 woorden per stap, [VISUAL] geannoteerd) Gebruik 'done/now/later'-expressies die overgangen eenvoudiger maken.

Tip: Bij OC is ‘modelleren’ een van de krachtigste manieren van lesgeven: de volwassene spreekt eerst de communicatie uit die hij van het kind verwacht, en demonstreert dit met kaarten (hij raakt de kaarten aan als hij zegt: ‘Ik wil – water’). Je kunt de AI om een ​​kort docentenscript vragen dat een routine modelleert. Maar onthoud: communicatie leer je niet onder druk. In plaats van het kind te dwingen de kaart te gebruiken, is het effectiever om een ​​kans te creëren en te wachten (bijvoorbeeld door het voorwerp dat hij/zij leuk vindt zichtbaar maar ontoegankelijk te houden en te wachten tot hij/zij de communicatie op gang brengt); Deze strategieën worden samen met de expert gepland.

Veel voorkomende fouten

  • Het algemene overzicht gebruiken zonder het te individualiseren. Elk OC-materiaal moet worden aangepast aan het taalniveau, de interesses en de feitelijke situatie van het kind.
  • Het omzeilen van de goedkeuring van deskundigen. De keuze voor methode en symbool wordt bepaald door de logopedist/specialist.
  • Beginnend met te veel symbolen. Beginnen met weinig maar functionele kernwoorden maakt het leren gemakkelijker.
  • Het gebruik van abstracte taal. In een sociaal verhaal verliezen abstracte concepten en lange zinnen de boodschap.
  • Inconsistentie. Het tonen van hetzelfde concept met verschillende symbolen/posities schept verwarring.
  • Denken dat OC spraak verhindert. Integendeel, het ondersteunt; Vermijd materiaal niet uit valse bezorgdheid.

Samengevat

OC opent deuren naar communicatie die verder gaat dan alleen spraak: de kaart, het symbool, het bord, het sociale verhaal. AI maakt snel concepten van deze materialen; Het stelt een kernreeks woorden voor, schrijft sociale verhalen en routinematige teksten in duidelijke taal, en produceert de inhoud van de jury. Elk materiaal moet echter individueel worden aangepast aan het kind, beginnen met weinig functionele symbolen, de consistentie moet behouden blijven en moet worden goedgekeurd door een logopedist/deskundige. Het ontwerp is het begin; Communicatie is specifiek voor het kind.

Applicatie taak

Voor een leerling met beperkte verbale communicatie kiest u een communicatiedoel (bijvoorbeeld 'een verzoek indienen'). Met de "Power prompt" in deze unit vraag je de AI om een ​​kernreeks woorden of een concept van een sociaal verhaal. Pas de output aan het taalniveau, de interesse en de feitelijke situatie van het kind aan; Verander minimaal twee symbolen/zinnen en maak aantekeningen om de stof met een deskundige door te nemen.

controlelijst

  • [ ] Ik heb het doel van de communicatie verduidelijkt (verzoek/afwijzing/keuze/emotie).
  • [ ] Ik begon met weinig maar functionele kernwoorden.
  • [ ] Sociaal verhaal/routinetekst is kort, positief en concreet.
  • [ ] Ik heb een consistent symbool/locatie gebruikt voor hetzelfde concept.
  • [ ] Ik heb het materiaal aangepast aan de interesses en de werkelijke situatie van het kind.
  • [ ] Ik heb een aantekening gemaakt ter goedkeuring van een logopedist/deskundige.